FAUVISME

Fauvisme: Voornaamste vertegenwoordigers:
Henri Matisse
Andre Derain
Kees Van Dongen
Maurice de Vlaminck
Raoul Dufy
Georges Rouault

Hoofdkenmerken fauvisme: Vormvereenvoudiging, grote kleurvlakken, felle kleurconstrasten, zwarte contourlijnen

In 1905 gaat de eerste groepstentoonstelling van deze Franse schilders door in het Salon d'Automne de Paris en verwekt meteen schandaal. De kunstcriticus Louis Vauxcelles gebruikt de term "les fauves" ("de wilde dieren"), wat hen de bijnaam "Fauvisten" oplevert. Bij deze eerste groep zijn o.a. Henri Matisse, Andre Derain, Albert Marquet, Georges Rouault, Maurice de Vlaminck en Kees van Dongen, die op dat moment zijn studio in de Bateau-Lavoir heeft en Pablo Picasso's buur is. Pas een jaar later sluit ook Raoul Dufy zich aan bij deze Fauvisten.

Aanvankelijk schilderen de meesten van hen nog in impressionistische stijl. Maar tegen 1905 keren zij dit vocabularium de rug toe en gebruiken zij felle, contrasterende kleuren in grote kleurvlakken. Vaak zijn hun figuren met zware, zwarte contourlijnen afgebakend, wat de dieptewerking en dus de illusie van een derde dimensie vanzelfsprekend grotendeel teniet doet. Kees van Dongen was een van de eersten die deze stap zet en hij blijft ook zeer lang zo schilderen. In 1908 wordt hij zelfs lid van de Duitse expressionistische groep "Die Bruecke" (de Brug).

Henri Matisse tekent zich reeds vlug af als de woordvoerder en de voorman van de Fauvisten. Vier jaar na het Herfstsalon in Parijs formuleert hij in 1909 zijn credo: "Waar ik van droom is een soort evenwicht, van puurheid en sereniteit zonder zware of deprimerende thema's, een kunst die voor elke werker van de geest, of het nu een zakenman of een schrijver is, een soort rustgevende invloed betekent, een soort mentale kalmering, zoiets als een goede leunstoel waarin men uitrust van een zware dag." Matisse blijft zijn leven lang kunst maken die schoonheid uitstraalt. Toen hij, oud geworden, niet langer kon schilderen, stapte hij over op het maken van grote, al dan niet abstrakte collages (vnl. jaren '50) in felle kleuren: zijn zgn. "gouaches decoupees" . Uit die periode dateren volgende uitspraken: "Ik vraag me niet langer af of en hoelang mijn werk na mijn dood zal standhouden." "De betekenis van wat ik schep, is gelegen in het feit dat ik het creeer, in de vreugde dat het werk mij schenkt. Mijn werk? Mijn spel. Ik speel en vervul mezelf al spelend; en moet het spel de speler overleven? De puurste speler is het kind, omdat het een is met het spel. Ook ik speel, met de schaar, als een kind, en ik vraag me evenmin als het kind af, wat er van het spel zal worden, dat mij zoveel heerlijke uren schenkt."

De meest extreme eend in de fauvistische bijt is Maurice de Vlaminck. In 1901 leert hij het werk van Vincent van Gogh kennen en dit beinvloedt hem grondig, wat kleur en schilderstijl betreft. Hij gebruikt een zeer grove verftoets en is de meest "fauvistische" van alle "fauves". Van hem is de uitspraak "Met mijn kobalten en vermiljoenen wil ik de Ecole des Beaux Arts uitbranden."

bron: Wikipedia
Home